|
|||||||||||||||
| Lucht
> Wind > Wervelstormen Cyclonen zijn grote krachtige stormen waarvan er wel honderd per jaar voorkomen. Er kunnen windsnelheden van 118 km/h voorkomen in zo'n storm. Ze bewegen langzaam dwalend vooruit met een snelheid van 25 km/h. De doorsnede van zo'n storm kan variëren tussen 480 en 1450 km, de meest vernietigende winden liggen in een straal van 100 kilometer rond het centrum van de storm. Het centrum van de storm is windstil en heeft een doorsnede van 25 tot 40 kilometer. Cyclonen worden gevormd boven de warme oceanen tijdens de warmste maanden. Ze zullen nooit dicht bij de evenaar voorkomen, omdat de draaikracht van de aarde daar niet sterk genoeg is om de spiraalvormige wind draaiend te houden. De storm begint als een grote hoeveelheid vocht verdampt wordt uit de oceanen. De warme lucht stijgt en het water condenseert. Er wordt aan de oppervlakte van alle kanten lucht aangezogen. Meer water wordt verdampt en grote cumulonimbus wolken worden gevormd. De regenval vergroot. De wind begint krachtiger te waaien, op het noordelijk halfrond waait de wind tegen de klok in, op het zuidelijk halfrond met de klok mee. |
De snel stijgende lucht wordt aan de bovenkant uitgespuwd, maar soms valt het terug in het centrum en zakt langzaam. Hier droogt de lucht en heft de lage druk op. De wolk die boven het centrum ligt verdampt. Zolang de storm zijn energie uit de oceaan kan blijven halen, blijft hij bestaan. De wind die in de storm waait, laat de spiraal sneller draaien. Cyclonen gaan altijd naar het westen. Er zijn drie verschillende namen voor deze stormen. In de Atlantische Oceaan gevormde stormen worden orkanen genoemd, naar Hunraken, de god van de wind van de Maya's. Als de storm uit de Indische Oceaan komt, heet het een cycloon, genoemd naar een opgerolde slang. Stormen uit de Grote Oceaan worden wervelstormen (Typhonen) genoemd. 'Tai Fung' is het Chinese woord voor grote wind.
|
||||||||||||||