|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Lucht
> Wind Wind is gewoon bewegende lucht. De lucht wordt bewogen, omdat er verschillende soorten luchtdrukken op aarde zijn. De windrichting en de windkracht kunnen veranderen. De windrichting wordt vaak uitgedrukt in windstreken. Als de windrichting veranderd noemen we dat omlopen (met de klok mee) of krimpen (tegen de klok in). De windkracht wordt vaak in een nummer gegeven. Dit wordt een Beaufort nummer genoemd. De windkracht wordt altijd 10 meter boven land gemeten.
Omdat de zon de aarde gelijkmatig verwarmt, begint de wind in de atmosfeer te bewegen. De warme lucht van de evenaar wordt naar de polen gebracht en de koude poollucht naar de evenaar. Dit zorgt ervoor dat de polen niet te koud en het gebied rond de evenaar te warm worden. De oceaan zorgt ook voor de verspreiding van warmte. De lucht beweegt echter niet rechtstreeks van de evenaar naar de polen en terug. De wind wordt beïnvloed door het draaien van de aarde. De wind die van de evenaar naar het noorden waait, wordt een beetje naar het oosten gedraaid door het draaien van de aarde. |
Omdat de wind altijd benoemd wordt naar de richting waar hij vandaan komt, wordt dit oostenwind genoemd. De winden die van de evenaar naar het zuiden waaien zijn oostenwinden. De warme lucht die van de evenaar naar de polen wordt geblazen, koelt af. Op 30 ° noorder- en zuiderbreedte daalt de lucht terug naar het aardoppervlak. Niet al de lucht wordt van daaruit teruggeblazen naar de evenaar. Het rondje dat door de wind geblazen wordt, word een cel genoemd. Er zijn op aarde 3 van deze cellen: De Hadley cel is de cel tussen de evenaar en 30 ° noorder- en zuiderbreedte. De wind aan de oppervlakte van de aarde in deze cel wordt passaatwind genoemd. De Ferell cel ligt tussen 30 en 60 ° noorder- en zuiderbreedte. De wind in deze cel is in de winter sterker. De lucht daalt bij de 30 ° grens, en waait naar de polen. Bij 60 ° stijgt de lucht op en waait terug naar de 30 ° grens. Niet alle lucht waait terug. Een deel van de lucht uit de Ferell cel wordt opgenomen in de Poolcel. De Poolcel ligt op de polen, tot 60 ° noorder- en zuiderbreedte. Op 60 ° stijgt lucht op, boven de pool daalt de lucht. De winden in deze cel zijn normaal gesproken kouden en droog. De winden zouden alleen zo zijn als we nu verteld hebben, als de hele aarde alleen maar uit water bestond. Nu worden de winden ook beïnvloed door land.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||