
Het grote Opperhoofd in Washington
heeft gesproken: hij wenst ons land te kopen.
Het grote Opperhoofd heeft ook woorden gesproken van vriendschap
en vrede. Dat is zeer goed van hem, omdat we weten dat hij onze
vriendschap niet nodig heeft. Maar wij zullen over uw aanbod
beraadslagen, want wij weten dat als wij ons land niet verkopen,
de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt.
Hoe kun je de lucht, de warmte van het land kopen of verkopen?
Dat is voor ons moeilijk te bedenken. Als wij de prikkeling van
de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe
kunt u het dan van ons kopen? Wij zullen hierover op onze tijd
een beslissing nemen. Zoals het Opperhoofd Seattle zegt: het
grote Opperhoofd in Washington kan vast op ons rekenen, zoals
onze blanke broeders kunnen rekenen op de terugkeer van de
seizoenen. Mijn woorden zijn als de sterren. Zij verdwijnen niet.
Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk. Iedere spar, die
glanst in de zon, elk zandstrand, elke nevel in de donkere
bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de
gedachten en de herinnering van mijn volk. Het sap dat in de boom
opstijgt, draagt de herinnering van de rode man.